Amore e dolore

Amore_Final_klHet concert “Amore e Dolore” is ontstaan rond de première van La mort des amants van de Rotterdamse muziektheoreticus en componist Patrick van Deurzen. Hij schreef het stuk speciaal voor Tiramisu, nadat hij een aantal van onze concerten in de Lambertuskerk had beluisterd. Tijdens het componeren had hij als het ware de klank van Tiramisu en de akoestiek van de Lambertuskerk in zijn oren.

De muziek begint en eindigt met een langzaam deel waarin melodieën zich vanuit één toon naar steeds wijdere en rijkere akkoorden ontwikkelen. Deze ontwikkeling is traag en fragmentarisch. Tussen de klinkende muzikale brokstukken vallen stiltes die suggereren dat we slechts een deel horen van wat er muzikaal gaande is, alsof er nog een verborgen klankwereld is. Evenals bij het gedicht van Charles Baudelaire (uit Les Fleurs du mal) wordt de luisteraar geprikkeld het beeld voor zichzelf compleet maken.

Het middendeel is ingegeven door de tweede strofe van het gedicht, waarin de geliefden zich voor het laatst aan elkaar overgeven. Het tempo ligt hier beduidend hoger en het koor zingt zeer ritmische thema’s met grote, wilde sprongen.

Patrick van Deurzen gaf zelf aan dat zijn muziek goed in combinatie met muziek van Gesualdo uitgevoerd kan worden. De manier waarop Gesualdo in de gekozen motetten de melodieën in totale vrijheid laat ontwikkelen, alsof er geen vaste maat bestaat, is één van de aspecten die hem aanspreekt. Dezelfde vrijheid van maat vinden we in de langzame delen van La mort des amants. Daarnaast heeft de manier waarop Gesualdo op enkele punten plotseling een chromatische schrijfstijl gebruikt, ook te maken met het suggereren van een andere, verborgen klankwereld. Voor we beseffen wat er gebeurt, is de chromatiek al weer voorbij.

De composities van Gesualdo en Van Deurzen hebben we via verschillende associaties samengevoegd met andere werken tot een afwisselend programma.Hierbij hebben we gezocht naar een combinatie van oude en nieuwe muziek. Voor de pauze zetten we de oude motetten van Gesualdo naast de twintigste-eeuwse Messe à trois voix van Caplet. In deze mis horen we oude toonsoorten, maar het harmonische palet verraadt dat het hier om een werk uit de twintigste eeuw gaat. De structuur van Caplet’s muziek is anders dan die van Gesualdo. Waar bij Gesualdo de verschillende stemmen door elkaar klinkende lijnen zijn, laat Caplet alle partijen tegelijkertijd dezelfde tekst zingen.

Voor het gedeelte na de pauze zijn we uitgegaan van het gedicht van Baudelaire en hebben we gezocht naar koorwerken waarin ook het thema liefde een rol speelt. Wederom laten we een combinatie van oude en nieuwe muziek horen. In Ecco ch’un altra volta van de zestiende-eeuwse componist De Wert staart de ik-figuur mijmerend over het water, een onmogelijke liefde overpeinzend. Daarnaast hebben we gekozen voor Dallapiccola’s Due Cori di Michelangelo Buonarroti Il Giovane, waarin ongelukkig gehuwde mannen en vrouwen ons op geheel eigen wijze proberen te behoeden voor de kwelling van de liefde.

Tussen de koordelen zorgt de basklarinet voor afwisseling en markering van oude en nieuwe muziek. De Two Solos for Bass clarinet van Patrick van Deurzen zijn verwant aan zijn koorwerk. Ook hier vinden we het contrast tussen een langzaam deel Preparation, dat rubato (vrij) gespeeld moet worden, en een mechanisch snel deel Dance. Een andere overeenkomst tussen het koorwerk en de basklarinetsolo’s is de suggestie dat er meer gebeurt dan dat wat hoorbaar is. Soms speelt de basklarinettiste door de kleppen te bewegen zonder lucht in het instrument te blazen, of door lucht in de klarinet te blazen zonder dat er geluid komt. Het tweede intermezzo, La voce delle nuvole che non ci sono piu van de Italiaanse componist Nicola Campogrande, is gebaseerd op een Italiaans sprookje over drie wolken, dat ook daadwerkelijk deel uitmaakt van de compositie.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten