Bach

bachIn dit Bachjaar lijkt het vanzelfsprekend om voor een koorconcert werken van Johann Sebastian Bach te programmeren. Tiramisu heeft zich echter in haar zesjarige bestaan ontwikkeld tot een koor dat vooral laat-romantisch en twintigste-eeuws repertoire zingt, met uitstapjes naar muziek uit de Renaissance. Waarom dan toch de keuze voor een Bachmotet? Allereerst natuurlijk omdat het een prachtig werk is, waarvan de technische moeilijkheid een uitdaging is voor het koor. Maar er is ook een duidelijke relatie met de overige gekozen componisten uit de Romantiek.

Van Felix Mendelssohn-Bartholdy is bekend dat hij Bach’s Matthäus-Passion voor het eerst weer uitvoerde, honderd jaar nadat Bach zelf het werk had uitgevoerd. Algemeen wordt aangenomen dat hij ook de herontdekker van de Matthäus-Passion was, maar dat is niet het geval. Musici uit zijn omgeving, Karl Friedrich Wilhelm Fasch en Karl Friedrich Zelter, de eerste als oprichter van de Berlijnse Zangacademie, de tweede als zijn opvolger, hadden de weg reeds voor een groot deel gebaand. Felix kreeg van jongs af aan pianoles van Zelter, die Bach’s Wohltemperiertes Klavier als muzikale bijbel bij zijn onderwijs gebruikte.

Ook Robert Schumann maakte al op jonge leeftijd via pianolessen kennis met Bach’s composities. Mendelssohn en Schumann vonden elkaar in hun gemeenschappelijke bewondering voor Bach. Samen verzorgden ze de publicatie van zijn volledige oeuvre. Schumann schreef in 1846 zelfs een fuga voor orgel op de letters B.A.C.H. Mendelssohn beijverde zich voor een standbeeld van Bach in Leipzig, waar de grote meester jaren als cantor in de Thomaskerk werkte. Om een steentje bij te dragen aan het fonds waaruit dit standbeeld betaald moest worden, gaf Mendelssohn een orgelconcert in de Thomaskerk met de belangrijkste composities van Bach. Voor dit concert, dat de aanzienlijke som van driehonderd talers opbracht, studeerde hij zo hard dat hij zelfs op straat de pedaalpassages al huppelend oefende! De onthulling van het monument in 1843 werd bijgewoond door Bach’s enige in leven zijnde kleinzoon Wilhelm Friedrich Ernst Bach (1759 – 1845), die hofklavecinist en muziekleraar in Berlijn was geweest.

Johannes Brahms was ook als kind al via pianolessen bekend met de werken van Bach. In 1859 kreeg hij als kerstcadeau van prinses Frederike van Lippe-Detmolt de eerste zes delen van de Gesamtausgabe van Bach. Brahms was in die tijd verbonden aan het hof van Lippe-Detmolt, dat berucht stond om zijn krenterigheid. Later kwam hij er dan ook achter dat de navolgende delen op zijn naam waren besteld en dat hij ze zelf moest betalen! In 1879 kreeg Brahms het aanbod van de Thomaskerk in Leipzig om cantor te worden. Hij vond het een verleidelijk aanbod om de oude positie van Bach te verwerven en overwoog serieus om erop in te gaan. Uiteindelijk wees hij het aanbod toch af omdat hij zich niet meer wilde binden. Als basis voor het laatste deel van zijn Vierde Symfonie, gebruikte Brahms het thema van het slotkoor uit Bach’s cantate Nach dir, Herr, verlanget mich.

Zo nam ook Peter Cornelius thema’s uit de klaviersuites van Bach letterlijk over voor zijn Drei Psalmlieder opus 13. De Drei Chorgesänge opus 11, waarvan Die drei Frühlingstage het laatste lied is, zijn gemodelleerd naar werken zoals de motetten van Bach.

Gustav Mahler dirigeerde muziek van Bach in de serie “Historische concerten” van de New York Philharmonic. Hij bewerkte ook een suite van Bach, die hij volgens oud gebruik vanachter het klavecimbel dirigeerde, waarbij hij de continuopartij verlevendigde met eigen improvisaties. Mahler schreef zijn Achtste Symfonie na een periode waarin hij veel muziek van Bach had bestudeerd. Het eerste deel is beïnvloed door het motet Singet dem Herrn ein neues Lied. Mahler gebruikte hier niet de gangbare sonatevorm, maar een aaneenschakeling van kortere delen waarin het koor een grote rol toebedeeld is. Over de stijl van Bach zei Mahler: “Het wonder van zijn polyfonie is ongelooflijk, niet slechts voor zijn tijd, maar voor alle tijden”.

Voor het eerste gedeelte van dit concert hebben wij naast Singet dem Herrn gekozen voor motetten van Mendelssohn en Brahms omdat in deze werken de invloed van Bach duidelijk te horen is. Bij Psalm 2 van Mendelssohn valt de dubbelkorigheid op, met de afgewisselde tekstgedeeltes tussen het eerste- en tweede koor. Ook het contrapunt van het laatste deel is duidelijk op Bach gebaseerd. Het tweede deel van Brahms’ Schaffe in mir Gott ein rein Herz is een echte fuga zoals Bach die schreef, met een steeds terugkerend thema en tegenthema, verbredingen, versnelde opeenvolgingen en orgelpunten: lange bastonen waarboven de andere stemmen in wisselende harmonieën zingen. Na de pauze is het programma samengesteld uit wereldlijk repertoire van bovengenoemde componisten met als bindende factor de tekstdichter Friedrich Rückert. Bepalend hierbij was de keuze voor de door Clytus Gottwald in 1983 vervaardigde bewerking van Mahler’s Ich bin der Welt abhanden gekommen. In deze versie zijn alle orkestpartijen van dit prachtige lied voor alt en symfonieorkest uitgeschreven voor zestienstemmig koor a-cappella.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten