Duitse romantiek (1995)

duitse romantiekTiramisu brengt een programma ten gehore met muziek uit de Duitse Romantiek. De Romantiek kan gekenschetst worden als de periode in de kunst, waarin het gevoel en de verbeelding voorop staan. De strenge vormregels van de klassieke tijd (18e eeuw) worden door componisten als een dwangbuis ervaren. Gedurende de 19e eeuw kronkelen ze zich binnen deze tonaliteits-dwangbuis in onvoorstelbare posities. Schönberg is degene die deze dwangbuis aan flarden scheurt en daarmee het tijdperk van atonaliteit inluidt: het begin van de 20e eeuw. Zoals gezegd laten componisten en ook dichters in de romantiek zich leiden door gevoel en verbeelding. Vorm en ordening worden verdrongen door fantasie en mystiek. Geliefde onderwerpen zijn natuur en mythologie, droomwerelden waar geen spoor is van de belemmerende druk van rationaliteit en stadse regelmaat.

Toelichting op programma

Max Reger (1873-1916) maakt in zijn Geistliche Gesänge gebruik van beelden uit de natuur: God als boom. God als de nacht. Zijn composities waren bekend bij Brahms, die hem stimuleerde om verder te componeren, en bij Schönberg, die zijn werken bestudeerde en zoals gezegd nog verder de tonaliteit op de proef stelde. Een goed voorbeeld van dit kronkelen in de tonaliteit horen we in Regers derde couplet van “Unser lieben Frauen Traum”. Hugo Wolf (1860-1903) staat bekend om zijn sololiederen, waarin hij de dramatische intensiteit van opera weet te bereiken. Ook in de Geistliche Lieder voor koor a-capella uit 1881 weet hij vergelijkbare hoogtepunten te bereiken. Hij componeerde ze in dezelfde tijd als zijn vroege sololiederen, een tijd waarin hij experimenteerde met verbale expressiviteit en tekstuele overlappingen. De “6 Liederen im Freien zu singen” opus 59 van Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) zijn veel klassieker van vorm. Dit is ook niet zo vreemd als we zijn geboorte- en sterfjaar in acht nemen. Zeer romantisch is echter de inhoud van de poëzie die hij kiest, evenals de individualiteit van zijn briljante melodische gratie. In de volksliedbewerkingen van Arnold Schönberg (1874-1951) is eigenlijk ook sprake van een samengaan van vormelementen en romantische aspecten. De volksliederen uit de 15e en 16e eeuw zijn bewerkt op een manier, die veel overeenkomsten vertoont met de polyfonie uit die tijd. Schönberg gebruikt, en bestudeert hierdoor, canon- en imitatietechnieken. Hij voert ze echter verder door dan in vroegere tijden en trekt daarmee de volksliederen duidelijk deze eeuw in.

Doordat Schönberg in de imitaties vasthoudt aan tonale verbanden ontstaan romantisch klinkende composities met 20e eeuwse elementen. Johannes Brahms (1833-1897) staat met beide benen in de 19e eeuw. Hij geldt als een conservatieve componist, die muziek van voorgangers als Bach goed kende en die de Duitse traditie in stand houdt. Hij was één van de eersten die componeerde voor koor a-capella, wat een nieuw gegeven was na de Barok en de klassieke tijd. De liederen die Tiramisu zingt -gecomponeerd tussen 1864 en 1886- zijn zeer romantisch van aard. Typisch Brahms is de polyritmische behandeling van de tekst: deze wordt door de verschillende partijen afwisselend gezongen. Hierdoor ontstaat een natuurlijke stroming in de muziek.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten