Hollandse Meesters

Poster_HollandseMeesters_webDit programma van Vocaal Ensemble Tiramisu begint met drie Motetten van Julius Röntgen (1855 – 1932). Aanleiding is de herdenking van de 150e geboortedag van deze componist. Geboren in Leipzig vestigde Röntgen zich op 23-jarige leeftijd in Amsterdam waar hij pianodocent werd aan de Muziekschool van de Maatschappij ter bevordering der Toonkunst. Hieruit ontstond een aantal jaren later het Amsterdams conservatorium waarvan Röntgen van 1913 tot 1924 directeur was. Röntgen was een zeer productieve componist, alleen al ruim 270 koorwerken verschenen van zijn hand. Helaas is hiervan maar een klein aantal uitgegeven. Van de acht motetten die Röntgen in 1929 in twee maanden tijd schreef  zingt Tiramisu er twee. Het klankidioom van deze stukken is herkenbaar Duits, de harmoniek en melodiek doen denken aan Röntgens muzikale voorvaderen zoals Brahms en Reger. Weerbarstiger is het stuk Wider den Frieden. Klage-, Anklage- und Trostgesang uit 1920. Dit stuk is met zijn hoekige ritmiek en de snel afgewisselde vergaande modulaties een kamerkoorwerk met een hoge moeilijkheidsgraad. Het is een aanklacht tegen degenen die het recht in eigen hand nemen en het kwaad met kwaad vergelden. De tekst uit Jesaja eindigt als troostgezang: “Wie rechtvaardig leeft en de waarheid spreekt, hij zal hoog hierboven wonen.”

 

Na Röntgen blijven we over het thema vrede zingen met Le vrai visage de la paix van Rudolf Escher. Escher was zoals de meeste Nederlandse componisten uit de 20e eeuw meer gericht op Franse dan Duitse muziek. Dit blijkt allereerst uit de keuze van het gedicht van Paul Eluard waarover Escher het volgende schreef:

“Het gedicht van Eluard is ideaal als inspiratiebron voor vocale muziek omdat het nergens ‘omschrijving’ is, doch enkel evocatie (beelden oproepend) en gelijkenis.”

Ook qua klank is Eschers muziek Frans georiënteerd. Het stuk is evenals het gedicht zeer vrij van vorm. Het valt uiteen in drie delen, waarbinnen imitaties het verloop van de verschillende stemmen bepalen. Het gebruik van deze technieken ontleende Escher aan componisten uit de Renaissance als Josquin en Janequin. Samen met de vaak antimetrische ritmiek en de vloeiende, vrijtonale melodieën bepaalt dit het eigen klankidioom van Eschers werken.

 

De stukken na de pauze vertonen dezelfde Frans-Duitse tegenstelling als de composities van Escher en Röntgen. Alphons Diepenbrock was tijdgenoot van Julius Röntgen en componeerde eveneens in de Duitse traditie. Hij heeft ooit Röntgens composities als ouderwets bestempeld. Veel van zijn eigen werken, zoals de drie liederen op teksten van Goethe die Tiramisu zingt, zijn echter typische voorbeelden van niet-vooruitstrevende hoogromantiek, die overigens zeer fraai is. Vooral Wanderers Nachtlied hoort door de verstilde verklanking van het vallen van de nacht in het bos tot Diepenbrocks meesterwerken. De sfeer van het lied kan zeer intens worden ervaren, naast horend en ziend ook bijna letterlijk proevend, ruikend en tastend.

Daarna zingen we werken van Jurriaan Andriessen, de minder bekende broer van Louis, beide zoons van Hendrik Andriessen. Hij koos evenals Diepenbrock voor teksten van een van de grootste Duitse dichters: Heinrich Heine. De teksten die bekend geworden zijn vanuit het repertoire voor solozang, zijn door Andriessen als doorzichtige en intieme koorliederen getoonzet.

 

Vervolgens gaan we over tot Franstalige wereldlijke muziek met Cinq poèmes chinois van Henk Badings. Het betreft vijf Franse vertalingen van oude Chinese gedichten die Badings verklankt heeft met zeer atonale middelen: dissonante intervallen, klusters, glissandi, spreekgezang en toonsoorten uit gamelanmuziek met kwarttoon-alteraties. Hierdoor onstaat een vorm van minimal music met een Oosters, meditatief karakter.

Het concert wordt luchtig afgesloten met drie volksliedbewerkingen van Herman Strategier. Deze componist uit de Fransgeoriënteerde school van Hendrik Andriessen schreef veel kerkmuziek maar laat zich hier van zijn frivole kant horen.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten