Martin

MartinDe Oostenrijkse Anton Bruckner kreeg van zijn vader, dorpsschoolmeester in Ansfelden, muziekles. Hij studeerde muziektheorie via allerlei twijfelachtige cursussen. Pas als hij 34 is krijgt hij les van de grote pedagoog Sechter in Wenen. Bruckner heeft een moeilijk leven gehad. Teleurstellingen in de liefde, eindeloze pesterijen van critici om de onelegante, boerse, kinderlijke en goedgelovige Bruckner te treiteren, waardoor hij aan zichzelf ging twijfelen. Maar nieuwe grootse indrukken van bijv. Wagner en Rubinstein en een eervolle benoeming tot professor aan het Weense conservatorium, waar hij zeer geliefd was, maakten veel goed.

Bruckner is een van de merkwaardigste figuren uit de muziekgeschiedenis. Ongeletterd, maar toch is zijn muziek van een monumentale opbouw en een verheven zeggingskracht, waarvan deze geestelijke liederen een bewijs zijn.
Het zag er aanvankelijk niet naar uit dat Francis Poulenc bij het ingaan van het nieuwe millennium tot de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw zou worden gerekend. Poulenc was nog een tiener toen hij in 1917, na het succes van de opvoering van zijn Rapsodie nègre, op slag beroemd werd. Lange tijd beoordeelde men Poulencs muziek als te licht en te onbelangrijk. Inmiddels is dat beeld nogal veranderd. Via Eric Satie werd Poulenc opgenomen in een groepjonge componisten die hun muzikale inspiratie vonden in de lichte muziek en allerlei vormen van stedelijk vermaak, zoals o.a. het cabaret en het circus.

In 1936 onderging Poulenc een gedaanteverwisseling, na een mystieke openbaring in het Franse bedevaartsoord Rocamadour. Tot halverwege de jaren vijftig zouden liederen en religieus geïnspireerde koormuziek zoals in dit concert wordt gezongen door Tiramisu, zijn composities gaan domineren.

De in 1996 verschenen biografie van Benjamin Ivry heeft meer zicht gegeven op aspecten van het sociale leven van Poulenc, zijn complexe vriendschappen met Cocteau, Stravinsky en Milhaud en de invloed daarvan op zijn composities. Poulenc schreef geen moeilijke stukken voor een klein publiek, maar schreef flitsende stukken voor een breed publiek, waarmee hij graag wilde communiceren.

Frank Martin (Genève 1890 – Naarden 1974) was een Zwitsers componist, leerling van de componist en pedagoog Joseph Lauber. Na zijn middelbare school studeerde hij eerst twee jaar wis- en natuurkunde, maar de muziek -die hem vanaf zijn tiende jaar, toen hij een uitvoering bijwoonde van Bachs Matthäus Passion, volledig in de ban hield- won het tenslotte volledig.

In 1911 wordt voor het eerst werk van hem uitgevoerd. Deze composities staan nog geheel onder invloed van componisten als Franck en Fauré; later werk toont invloeden van Ravel, maar geleidelijk klinkt een hoogst oorspronkelijk eigen geluid door in zijn werk, een geluid dat hem tot een van de meest markante componisten van zijn generatie maakt. De soms bijna agressieve strijdvaardigheid van de avant-gardisten is hem volkomen vreemd. Zijn muziek is mannelijk en beminnelijk tegelijk, diep menselijk, sterk bewogen, maar nimmer dramatisch of geëxalteerd.

Vanaf 1946 woonde Martin in Nederland.

De mis voor dubbel koor is geschreven in 1922, het Agnus Dei is in 1926 eraan toegevoegd en wordt beschouwd als een van de mooiste a capella koorwerken van de 20-ste eeuw.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten