home

nieuws

informatie

projecten

concerten

repetities

audio

contact

 

nieuws project 26

 

 

 

 

 

 

zomerkoor

recepten

links

repertoire

Nieuwsarchief:

project 25

TIRAMISU BEDANKT ZIJN PUBLIEK
voor de enorm warme belangstelling voor de twee concerten ter ere van het 25-jarig jubileum. De twee concerten trokken een recordaantal van meer dan 400 bezoekers! We zijn heel aangenaam verrast door alle positieve reacties die we vervolgens mochten ontvangen. Ook de zangers en de dirigent hebben dit project als heel bijzonder ervaren en voelen zich gestimuleerd om nog eens 25 mooie projecten te realiseren.

PATRICK VAN DEURZEN COMPONEERT IF I WERE GOD VOOR TIRAMISU


De Rotterdamse componist Patrick van Deurzen is bereid gevonden een compositie te maken speciaal voor Vocaal Ensemble Tiramisu. Het stuk If I were God zal ten gehore worden gebracht tijdens het eerstvolgende project in april 2008. Tijdens het feest na afloop van het jubileumconcert in Delfshaven overhandigde van Deurzen de eerste inzingoefeningen voor het stuk aan dirigent Niels Kuijers.

Patrick van Deurzen

De componist studeerde gitaar en muziektheorie aan het Rotterdams conservatorium. Momenteel werkt hij als theoriedocent aan de conservatoria van Rotterdam en Den Haag. Sinds enkele jaren profileert hij zich als componist. In 2000 zong Tiramisu de premičre van het eerste deel van La mort des amants op een tekst van Charles Baudelaire. Dit is een complex koorwerk met een inleiding waarin vanuit liggende akkoorden steeds uitgebreidere ritmische fragmenten ontstaan. Dit mondt uit in een fuga met een lang ingewikkeld thema. In een interview met Gerard van der Leeuw voor ‘De Rode Leeuw’ zegt de componist hierover:

 ”Een van de dingen waar ik erg in geďnteresseerd ben en die ik met steeds wisselende uitkomst in een aantal werken heb proberen te realiseren is een soort ‘unendliche Melodie’. Een melodie met een haast bovennatuurlijke lengte. Dat je iets maakt dat is alsof je een draadje uit een bol wol trekt en zo helemaal ontstaat.”

Sinds 2000 componeert Patrick voor ensembles van uiteenlopende samenstelling, zoals Three voor hoorn, viool, klokkenspel en crotales. Voor het Doelenkwartet schreef hij in 2006 het strijkkwartet Seven, en in 2007 componeerde hij in opdracht van het Rotterdams Kamerorkest Thank God, Sylvia! We’re alive! voor strijkorkest en slagwerk. Meer informatie is te vinden op zijn website

Het nieuwe koorwerk wordt een werk van 8 – 10 minuten voor koor met begeleiding van altviool en cello. In overleg met de dirigent is gekozen voor een tekst van Astrid Lindgren. Deze Zweedse kinderboekenschrijfster, wereldberoemd door de verhalen van Pipi Langkous, schreef ook zeer indringende poëzie. Het gedicht If I were God is een litanie over de hardheid van de mensheid: als ik God was, zou ik huilen over onrecht, oorlog en hopeloosheid. Het eindigt met de passage:

 “Torrents, torrents
I would weep,
So that they could drown
In the rushing mighty waters
Of my tears,
All my poor people,
So that finally
There would be quiet.

bron: Niels Kuijers


VOORUITBLIK OP HET PROGRAMMA NAJAAR 2008
In het najaar van 2008 staat het 27e project van Tiramisu in het teken van herfst en winter. Klik hier voor meer details over het programma.

26e PROJECT: EEN NIEUW BEGIN

Nu de afgelopen 25 projecten zijn bekroond met een onvergetelijk feest waaraan vele huidige en voormalige deelnemers aan de projecten van Tiramisu en andere betrokkenen hebben deelgenomen, is het tijd voor een nieuw begin. Dit thema is dan ook gekozen voor het eerstvolgende project. Op het programma staan o.a. In the beginning van Aaron Copland en een speciaal voor dit project door Patrick van Deurzen gecomponeerd stuk dat luistert naar de "bescheiden" titel If I were God. Klik hier voor meer informatie over het aanstaande project.


AARON COPLAND COMPONEERDE "IN THE BEGINNING"

 

Aaron Copland, die oorspronkelijk Kaplan heette, werd in Brooklyn geboren op 14 november 1900. Hij is van Russisch-joodse afkomst, net als George Gershwin die twee jaar eerder geboren werd. Aaron was het vijfde kind van een groot gezin. Reeds op jeugdige leeftijd vertoonde hij interesse voor muziek, ballet en literatuur.
Toen hij zeventien was, kreeg hij muzieklessen van Rubin Goldmark, die ook leraar was van Gershwin. De klassieke lessen verveelden hem echter, en op zijn twintigste, toen hij genoeg gespaard had, vertrok hij voor vier jaar naar Parijs. Hij ging er les volgen bij Nadia Boulanger, die erg van de nieuwe muziek hield, vooral van de werken van Stravinksy. Deze adviseerde Copland om meer reizen naar Europa te ondernemen.

In 1924 keerde hij terug naar Amerika, waar zijn eerste werken werden uitgevoerd. Bij de premičre van zijn orgelconcerto zei de dirigent tegen het publiek: "Als een jongeman van 23 jaar in staat is zo'n stuk te componeren, is hij binnen vijf jaar in staat om een moord te plegen." Copland schreef zich in als lid van de vereniging van componisten, en begon ook boeken te schrijven. Tussen 1939 en 1960 schreef hij 'What to listen for in music', 'Our New Music', 'Music and imagination', 'Copland on music'.

Hij was van mening dat kunst in de maatschappij even belangrijk is als industrie en hechtte bijgevolg groot belang aan de goede relatie tussen componisten en de maatschappij als geheel. Hij was actief in het hele muziekleven. Hij was onder andere medestichter van de American Composers Alliance, waarvan hij voorzitter werd tussen 1937 en 1945. Hij was ook altijd op zoek naar sponsors voor concerten van nieuwe Amerikaanse muziek. In de jaren '40 maakte hij een tournee naar Mexico als cultureel ambassadeur van de Verenigde Staten. Hij doceerde tevens aan Harvard University.

Copland stierf op 2 december 1990. Gedurende heel zijn leven werd hij gewaardeerd en kreeg hij vele onderscheidingen.

Voor In the Beginning zette Copland het eerste hoofdstuk en zeven verzen uit het twee hoofdstuk van het boek Genesis uit de King James Bijbel op muziek.

De woorden die God spreekt worden gezongen door een mezzosopraansolist, terwijl het koor de scheppingsdaden beschrijft. In eerste instantie gebeurt dit vrij sober, maar via steeds meer uitbundige frases komt het tot de uitbarsting “Let there be light in the firmament of the heaven” waarbij een wilde, jazzy dans losbarst.

Elke scheppingsdag eindigt met een refrein in het koor “And the morning and the evening were the … day.”, steeds hoger qua toonhoogte.  

Copland heeft het werk grote expressie gegeven door het gebruik van grote sprongen en plotselinge wisselingen van toonsoort. Gezien het feit dat het bovendien een a-capellawerk van ruim zestien minuten is,  kan het als een koorwerk van hoge moeilijkheidsgraad aangeduid worden.

Het verhaal eindigt met de schepping van de zevende dag als een dag van rust, getoonzet met een prachtige serene koorpassage. Daarna volgt nogmaals een beschrijving van de schepping van de mens die uitmondt in een aangrijpend ffff op de tekst “man became a living soul”.

 

bronnen: www.componisten.net en Niels Kuijers


 

 

  
   
 Deze pagina is bijgewerkt op donderdag 08 mei 2008 10:00