|
Toelichting bij het programma
Tiramisu brengt een programma ten gehore met muziek uit
de Duitse Romantiek. De Romantiek kan gekenschetst worden als de periode
in de kunst, waarin het gevoel en de verbeelding voorop staan. De
strenge vormregels van de klassieke tijd (18e eeuw) worden door
componisten als een dwangbuis ervaren. Gedurende de 19e eeuw kronkelen
ze zich binnen deze tonaliteits-dwangbuis in onvoorstelbare posities.
Schönberg is degene die deze dwangbuis aan flarden scheurt en daarmee
het tijdperk van atonaliteit inluidt: het begin van de 20e eeuw. Zoals
gezegd laten componisten en ook dichters in de romantiek zich leiden
door gevoel en verbeelding. Vorm en ordening worden verdrongen door
fantasie en mystiek. Geliefde onderwerpen zijn natuur en mythologie,
droomwerelden waar geen spoor is van de belemmerende druk van
rationaliteit en stadse regelmaat.
Max Reger (1873-1916) maakt in zijn Geistliche Gesänge gebruik van
beelden uit de natuur: God als boom. God als de nacht. Zijn composities
waren bekend bij Brahms, die hem stimuleerde om verder te componeren, en
bij Schönberg, die zijn werken bestudeerde en zoals gezegd nog verder de
tonaliteit op de proef stelde. Een goed voorbeeld van dit kronkelen in
de tonaliteit horen we in Regers derde couplet van “Unser lieben Frauen
Traum”. Hugo Wolf (1860-1903) staat bekend om zijn sololiederen, waarin
hij de dramatische intensiteit van opera weet te bereiken. Ook in de
Geistliche Lieder voor koor a-capella uit 1881 weet hij vergelijkbare
hoogtepunten te bereiken. Hij componeerde ze in dezelfde tijd als zijn
vroege sololiederen, een tijd waarin hij experimenteerde met verbale
expressiviteit en tekstuele overlappingen. De “6 Liederen im Freien zu
singen” opus 59 van Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) zijn veel
klassieker van vorm. Dit is ook niet zo vreemd als we zijn geboorte- en
sterfjaar in acht nemen. Zeer romantisch is echter de inhoud van de
poëzie die hij kiest, evenals de individualiteit van zijn briljante
melodische gratie. In de volksliedbewerkingen van Arnold Schönberg
(1874-1951) is eigenlijk ook sprake van een samengaan van vormelementen
en romantische aspecten. De volksliederen uit de 15e en 16e eeuw zijn
bewerkt op een manier, die veel overeenkomsten vertoont met de polyfonie
uit die tijd. Schönberg gebruikt, en bestudeert hierdoor, canon- en
imitatietechnieken. Hij voert ze echter verder door dan in vroegere
tijden en trekt daarmee de volksliederen duidelijk deze eeuw in. Doordat
Schönberg in de imitaties vasthoudt aan tonale verbanden ontstaan
romantisch klinkende composities met 20e eeuwse elementen. Johannes
Brahms (1833-1897) staat met beide benen in de 19e eeuw. Hij geldt als
een conservatieve componist, die muziek van voorgangers als Bach goed
kende en die de Duitse traditie in stand houdt. Hij was één van de
eersten die componeerde voor koor a-capella, wat een nieuw gegeven was
na de Barok en de klassieke tijd. De liederen die Tiramisu zingt
-gecomponeerd tussen 1864 en 1886- zijn zeer romantisch van aard.
Typisch Brahms is de polyritmische behandeling van de tekst: deze wordt
door de verschillende partijen afwisselend gezongen. Hierdoor ontstaat
een natuurlijke stroming in de muziek. |