Requiem Victoria

requiem VictoriaOp 12 februari 1603 stierf Maria van Oostenrijk, dochter van Keizer Karel V, zuster van Philips II van Spanje en weduwe van Keizer Maximiliaan II. Maria leefde, samen met haar zuster, prinses Johanna van Oostenrijk, in het klooster van de “Adelijke Nonnen zonder Schoenen”, gesticht door Johanna in 1564. Als jonge vrouw vermaakte de Keizerin zich vaak door samen met haar leraren Cabezón, Soto, Flecha en Brademers te musiceren in het Kasteel van Arévalo. Maria was een hoogbegaafde en ontwikkelde Renaissance vrouw, die toen zij in het huwelijk trad met Keizer Maximiliaan in 1548 te Valladolid, koos voor de opvoering van een bekende komedie geschreven door Ludovico Ariosto, een gevierd dichter en bovendien eiste dat alle machines en voorwerpen uit de tijd van de oude Romeinen als decor gebruikt werden.

Victoria werd geboren in 1548 in Avila, Spanje. In 1565 reisde hij naar Rome om te studeren aan het Jesuiten College Germanico, waar hij waarschijnlijk Palestrina heeft ontmoet en bij hem heeft gestudeerd, iets wat zeker is terug te vinden in de stijl van zijn muziek. In Rome werd Victoria tot priester gewijd.

Tomás Luis de Victoria trad in dienst van de Keizerin nadat Philips II in 1583 aan het verzoek dat Victoria in zijn “Tweede Missaal” als opdracht had geschreven “uit te mogen rusten van zijn werk als componist en zich te wijden aan zijn zieleheil zoals het een goed priester betaamd”. Als kapelmeester van de Keizerin was Victoria verplicht begrafenismuziek te componeren, voor te bereiden en te dirigeren, volgens de regels van de “Ceremoniale Episcoporum uit 1600, ingesteld door Paus Clemens VIII.

De polifonie van het Requiem voor een Keizerin moet overweldigend geweest zijn tijdens de rituelen voor haar begrafenis in de kapel van het klooster. Een manuscript dat bewaard wordt in de Nationale Bibliotheek te Madrid geeft een uitvoerige beschrijving van de hooggeboren aanwezigen, uitgedost in kleding van zwart fluweel en damast, met bont versierd, de pilaren van de kerk behangen met wapens van edelen, de enorme verhoging met daarop de kist, getooid met de keizerlijke kroon, met aan vier kanten kandelaren vol brandende kaarsen, naar men schatte rond de tweeduizend, bij de hoeken van de kist stonden vier hoogwaardigheidsbekleders in zwarte mantels met kapuchon, rond de schouders zilveren ambtsketenen. Het document beschijft verder hoe prachtig de preek was, hoe mooi de kist de kerk werd uitgedragen, alles ter ere van een zeer bijzondere Spaanse vrouw.

In onze roerige, twistzieke twintigste eeuw spreekt de verstilling en de intensiteit van Victoria’s Requiem nog steeds zeer aan. Vocaal Ensemble Tiramisu heeft zich o.a. laten inspireren door de stemmige Lambertuskerk om de muziek uit een ver verleden weer tot leven te brengen.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten