Shakespeare

ShakespeareIn het najaar van 2006 zingt Tiramisu een afwisselend a-capellaprogramma met liederen op teksten van William Shakespeare (1564 – 1616).

Ten tijde van Shakespeare verwachtte het publiek voor en na een toneelstuk muzikaal entertainment. Diverse componisten schreven voor deze gelegenheden speciale toneelmuziek. Ook in de toneelstukken zelf speelde muziek een grote rol. In de hoogste klassen waartoe de meeste toneelbezoekers behoorden was muzikale educatie de norm. Er werd dan ook veelvuldig gerefereerd naar bekende muziekstukken en schrijvers maakten veelvuldig gebruik van muzikale metaforen. Vaak werd het toneelbeeld ‘aangekleed’ met live muziek en werden in de verhaallijn liederen ingepast.

Shakespeare liet zijn personages veelvuldig liederen zingen. Van veel ballades, bij uitstek het genre van de populaire muziek uit die tijd, zijn de melodieën niet bewaard gebleven. Van de kunstzinnige liederen zijn wel melodieën bekend, maar is het vaak onduidelijk of Shakespeare nieuwe teksten op bestaande liederen heeft geschreven of dat er speciale composities op zijn teksten zijn gemaakt. Van een aantal liederen staat wel min of meer vast dat het om nieuw gecomponeerde melodieën gaat. Robert Johnson maakte bijvoorbeeld melodieën voor “Full fathom five” en “Where the bee sucks” en Thomas Morley voor “It was a lover and his lass”.

“The Tempest” bevat meer muziek dan welk ander Shakespeare-stuk dan ook, dus het is niet verwonderlijk dat veel teksten hieruit inspiratiebron waren voor verschillende componisten, waaronder Frank Martin (1890 – 1974).

Frank Martin begon al op jonge leeftijd met componeren. Toen hij twaalf was werd hij gegrepen door een uitvoering van de Matthäus-Passion van Bach. Daarnaast waren Wagner en Franck zijn favoriete componisten. Opgroeiend in het conservatieve Genève maakte hij pas veel later kennis met hedendaagse componisten als Debussy en Stravinsky. Pas in 1938 werd Martin echt bekend als componist en ontwikkelde hij een muzikale eigenheid. Vanaf 1946 woonde Martin in Nederland.

De Songs of Ariel schreef Martin in 1950 op verzoek van Felix de Nobel, dirigent van het Nederlands Kamerkoor, aan wie het werk ook werd opgedragen. De teksten bestaan uit vijf gedichten die in The Tempest van Shakespeare gesproken worden door de luchtgeest Ariel, de dienaar van de uit Milaan verdreven hertog Prospero. Deze wil zich wreken op de verraders Antonio (broer van Prospero, wederrechtelijk hertog van Milaan), Alonso (koning van Napels) en Sebastiano (zijn broer). Ariel wordt door Prospero gebruikt om zijn tovenaarsopdrachten uit te voeren. Slaagt hij hier voldoende in, dan krijgt hij zijn vrijheid terug. Prospero heeft Ariel opdracht gegeven een storm te ontketenen die het schip van Antonio schipbreuk doet lijden en de verraders op een eiland laat aanspoelen waar zich ook de verdreven Prospero bevindt.

Ariel verschijnt in verschillende gedaantes. In het eerste lied is hij een zeemeermin en bezingt het eiland zo bedwelmend schoon, dat Ferdinand, die op het eiland is aangespoeld en om zijn verloren gewaande vader Alonso treurt, zich verbaasd afvraagt: ‘Komt die muziek uit de aarde of uit de hemel?’

Dan volgt het tweede lied: ‘Vijf vadem diep ligt je vader in zee …’

In het derde lied zweert Ariel zijn onvoorwaardelijke trouw aan Prospero (‘Meester’). De gemaskerde stoet heeft betrekking op de feeststoet ter gelegenheid van de verloving van Miranda, Prospero’s dochter, en Ferdinand.

Het vierde deel is een grote monoloog waarin Ariel, nu in de gedaante van een harpij (een mythologische figuur afgebeeld als gier met vrouwengelaat en kromme klauwen), de drie verraders confronteert met hun wandaden. Alleen berouw en een gelouterd hart kunnen hen nog redden.

Het laatste deel bezingt de herwonnen vrijheid van Ariel, en staat in prachtig contrast met het voorafgaande deel. De muziek is vol van licht en gratie, geheel in overeenstemming met de tekst: ‘Zwierend en zwevend gaat voortaan mijn spoor de bevende bloesems der boomgaarden door.’

“Full fathom five”, het tweede lied van Martin, is ook onderdeel van de Shakespearecycli van Vaughan Williams en de Fin Mäntiyärvi.

Vaughan Williams (1872 – 1958) componeerde zijn Three Shakespeare Songs voor een koorcompetitie van de “British Federation of Music Festivals”. Naast teksten uit “The Tempest”gebruikte hij ook het elfenlied “Over hill, over dale”uit “A Midsummer Night’s Dream”.

De Finse componist Jaakko Mäntiyärvi, geboren in 1963, koos voor zijn Four Shakespeare Songs uit 1984 teksten van verschillende toneelstukken. Vooral de tekst uit “Mac Beth” waarin drie dwaze zusters de heksen sabbath vieren is zeer beeldend op muziek gezet, waarbij de componist gebruik maakt van spreekteksten.

De in Antwerpen geboren Oscar van Hemel (1892 – 1981) componeerde in 1961 Four Shakespeare Sonnets. Hij benadert de sonnetten vanuit het spraakritme met zijn vele verrassende accentverschuivingen, waardoor er een parlandostijl ontstaat die aan de gedichten een eigen karakter geeft.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten